gastenlijst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gas·ten·lijst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gastenlijst gastenlijsten
verkleinwoord gastenlijstje gastenlijstjes

Zelfstandig naamwoord

gastenlijst v/m

  1. lijst waarop de namen staan van de gasten van een feest of bijeenkomst
    • Terug in Central, waar het tafellinnen zorgvuldig wordt gestreken en dure wijn tot op de halve graad nauwkeurig gekoeld ligt, neemt Martínez om half zeven ’s avonds met het voltallige personeel de gastenlijst door. „Om onze boodschap goed over te brengen, helpt het om te weten waar mensen vandaan komen. Australiërs staan vaak open voor nieuwe ingrediënten. Iemand uit New York wil een compleet nieuwe ervaring, die heeft al veel gezien. Soms geven mensen bij de reservering aan dat ze een maand door de natuur hebben gereisd, aan hen vertellen we dan meer over de herkomst van de ingrediënten. Koks die komen eten zijn dan weer meer geïnteresseerd in technieken.” [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Joël Broekaert 3 december 2016