garnir
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| garnir |
garnissais |
garni |
| tweede groep | volledig | |
garnir
- overgankelijk versieren
- overgankelijk (kookkunst) garneren
- overgankelijk voorzien van bijhorende zaken (bv. meubels in een huis)