gameden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • game·den

Werkwoord

vervoeging van
gamen

gameden

  1. meervoud verleden tijd van gamen
    • Wij gameden. 
    • Jullie gameden. 
    • Zij gameden.