galeislaaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·lei·slaaf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord galeislaaf galeislaven
verkleinwoord galeislaafje galeislaafjes

Zelfstandig naamwoord

galeislaaf m

  1. iemand die onder dwang het uiterst zware werk aan de roeiriemen van een galei moest verrichten
    • De scheepvaart van het Romeinse Rijk was zonder galeislaven onmogelijk geweest. 

Gangbaarheid