galarok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·la·rok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord galarok
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

galarok m

  1. (kleding) soort formele, feestelijke kleding voor een man
    • Onder de politieke leiding van raadspensionaris Johan de Witt en later stadhouder-koning Willem III begon een spectaculaire periode van vlootbouw en oorlogvoering ter zee. De Witt was buitengewoon geïnteresseerd in marinezaken. Voor korte tijd nam bij zelfs persoonlijk, in galarok en omringd door een lijfwacht in livrei, de leiding van de vloot op zich. [1] 
  2. (kleding) lange rok die een vrouw draagt tijdens een formeel feest
    • Volgens Ruud (55) van het Rotterdamse filiaal van boetiek Mody Mary hoeven vrouwen zich heden ten dage nog maar zelden voor hun benen te schamen. „Er wordt veel meer getraind dan vroeger, mensen gaan naar de sportschool en zo. Dat zie je. Benen blijven langer mooi.” Alleen bij „echt zware benen” wordt mini een probleem, waarschuwt Ruud. Dan raadt hij een wijdere plissé- of strokenrok tot net onder de knie aan, of een lange galarok, „voor bruiloften en partijen”. En wordt het echt koud buiten, dan wil Ruud sowieso van geen minirok meer horen. In kousen gelooft hij niet. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. NRC Joke Spaans 15 januari 1999 Actie en routine ter zee
  2. NRC Sandra Heerma van Voss 30 augustus 2006 Benen blijven langer mooi