galabal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·la·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord galabal galabals
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

galabal o

  1. deftig dansfeest
    • Die avond is er een galabal in een sociëteit aan het Plein.[1] 
    • Vrijdagavond is er een galabal en ook morgen staat de haven van Monte Carlo in het teken van de MS Turanor. Zelfs Prins Albert van Monaco zal morgen tijdens een gala aanwezig zijn.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 12 sep. 2014 Den Haag viert 200 jaar Prinsjesdag
  2. de Telegraaf TESSA HEERSCHOP 14 nov. 2013 Einde wereldreis grootste zonneboot