gaarde bijeen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gaar·de bij·een

Werkwoord

vervoeging van
bijeengaren

gaarde bijeen

  1. enkelvoud verleden tijd van bijeengaren
    • Ik gaarde bijeen. 
    • Jij gaarde bijeen. 
    • Hij, zij, het gaarde bijeen.