fysioloog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fy·sio·loog
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel fysio- en met het achtervoegsel -loog
enkelvoud meervoud
naamwoord fysioloog fysiologen
verkleinwoord fysioloogje fysioloogjes

Zelfstandig naamwoord

fysioloog m

  1. (wetenschap), (beroep) beoefenaar fysiologie, het bestuderen van de levensverrichtingen (zoals de stofwisseling) van organismen bestudeert
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie