fysiologisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fy·sio·lo·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fysiologisch fysiologischer
verbogen fysiologische fysiologischere
partitief fysiologisch fysiologischers -

Bijvoeglijk naamwoord

fysiologisch

  1. (medisch) door de natuur bepaald, de natuurlijke verrichtingen van levende wezens of hun organen betreffend
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie