furore

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fu·ro·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘opgang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord furore
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

furore v/m

  1. groot succes
    • Zij maakten furore met hun nieuwe voorstelling. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen