fumoir
Uiterlijk
- fu·moir
- uit het Frans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fumoir | fumoirs |
| verkleinwoord |
- (bouwkunde) ruimte waar roken is toegestaan; rooksalon in een theater
- Het woord 'fumoir' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| fumoir | le fumoir | fumoirs | les fumoirs |
fumoir m
- gebouw waarin vis of vlees wordt gerookt
- fumoir; rookruimte
- ↑ fumoir (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bouwkunde in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -oir in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans