Naar inhoud springen

fugue

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fugue     la fugue     fugues     les fugues  

fugue v

  1. vlucht
  2. (muziek) fuga
vervoeging van
fugar

fugue

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fugar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fugar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fugar
vervoeging van
fugarse

fugue

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fugarse
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fugarse
  3. gebiedende wijs (ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van fugarse