frugttræ

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Et frugttræ (æbletræ)
Een fruitboom (appelboom)

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • frugt·træ
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Deense zelfstandige naamwoorden frugt en træ
Naar frequentie 160492
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   frugttræ     frugttræet     frugttræer     frugttrærne  
genitief   frugttræs     frugttræets     frugttræers     frugttrærnes  

Zelfstandig naamwoord

frugttræ, o

  1. (plantkunde) fruitboom, vruchtboom
Hyponiemen