froufrou
Uiterlijk
- frou·frou
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | froufrou | froufrous |
| verkleinwoord | froufroutje | froufroutjes |
de froufrou m
- Het woord froufrou staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "froufrou" herkend door:
| 66 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- klanknabootsing geattesteerd sinds de 18de eeuw [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| froufrou | le froufrou | froufrous | les froufrous |
froufrou m
- ↑ froufrou (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 66 %
- Prevalentie Vlaanderen 88 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Klanknabootsing in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans