Naar inhoud springen

froufrou

Uit WikiWoordenboek
  • frou·frou
enkelvoud meervoud
naamwoord froufrou froufrous
verkleinwoord froufroutje froufroutjes

defroufroum

  1. (voeding) koekje, krokant wafeltje met vanillecrème.
    • Ik koop een pak froufrou in de winkel. 
  2. (België) type haardracht, pony
66 %van de Nederlanders;
88 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  froufrou     le froufrou     froufrous     les froufrous  

froufrou m

  1. zacht geritsel, bv. door wrijving van textiel
  2. ruche