frontlijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • front·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord frontlijn frontlijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

frontlijn v/m [1]

  1. (militair) de lijn waarlangs gevochten wordt in een frontoorlog
    • Igor Plotniski, de rebellenleider van de zelfuitgeroepen Republiek van Loehansk, zei dat zijn troepen zich houden aan de overeenkomst om zware wapens terug te trekken van de frontlijn. Dat berichtte het Russische persbureau TASS. [2] 
    • Op 24 augustus wordt voor het eerst de Great War Remembrance Race verreden, een koers die voert van Nieuwpoort naar Ieper langs de frontlijn waar tussen 1914 en 1918 een loopgravenoorlog honderdduizenden levens kostte. [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen