Naar inhoud springen

fringues

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  -     -     fringues     les fringues  

fringues v mv

  1. (spreektaal) kleren, kloffie
    «Mon petit frangin rêve de bagnoles, de fringues et de tunes.»
    Mijn broertje droomt van wagens, kleren en poen. [1]
vervoeging van
fringuer

fringues

  1. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van fringuer
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van fringuer