frietvorkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

plastic frietvorkje
Uitspraak
Woordafbreking
  • friet·vork·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord frietvorkje frietvorkjes

Zelfstandig naamwoord

frietvorkje o dim. tant.

  1. klein vorkje wat het frietkot verschaft om de frieten te kunnen consumeren zonder vette vingers te krijgen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

frietvorkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord frietvork

Gangbaarheid

Meer informatie