frietkot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • friet·kot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord frietkot frietkoten
frietkotten
verkleinwoord frietkotje frietkotjes

Zelfstandig naamwoord

frietkot o

  1. eetgelegenheid waar vooral frieten verkocht worden, waarbij men voor de friet nog de keuze heeft uit diverse sauzen
    • zodra hij in België was, ging hij naar het eerstvolgende frietkot om daar de begeerde portie friet met saus tartaar te consumeren 
    • Belgische frietkot erkend als cultureel erfgoed [1] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen