freule

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • freu·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘adellijke jonkvrouw’ voor het eerst aangetroffen in 1646 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord freule freules
verkleinwoord freuletje freuletjes

Zelfstandig naamwoord

freule v

  1. is een aanspreekvorm voor ongetrouwde vrouwelijke edelen. Het is noch een adellijke titel noch een adellijk predicaat. De mannelijke tegenhanger van freule is jonker.
    • Een bekende Nederlandse freule is jonkvrouwe Christine Wttewaall van Stoetwegen (spreek uit 'uutewaal'), beter bekend als De Rode Freule vanwege haar linkse gedachtegoed. Ze was Tweede Kamerlid voor de Christelijk-Historische Unie (CHU), die in 1980 opging in het CDA. 

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen