fratrie
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| fratrie | la fratrie | fratries | les fratries |
fratrie v
- (familie) kinderen van hetzelfde gezin; broers en zussen van hetzelfde gezin
- «Il est le troisième enfant d'une fratrie de cinq.»
- Hij is het derde kind van een gezin met vijf kinderen.
- «Il est le troisième enfant d'une fratrie de cinq.»