fractieleider

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frac·tie·lei·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fractieleider fractieleiders
verkleinwoord fractieleidertje fractieleidertjes

Zelfstandig naamwoord

fractieleider m

  1. de voorzitter van de vertegenwoordigers van een politieke partij
    • De fractieleider slaagde er niet in om zijn partij bijeen te houden. 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid