frísky

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /friːskɪ/
Woordafbreking
  • frí·s·ky
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het bijvoeglijke naamwoord fríský met het achtervoegsel -y

Bijwoord

frísky

  1. (demoniem) Fries; met betrekking tot de Nederlandse provincie Friesland
  2. (demoniem) (op z'n) Fries; met betrekking tot het volk de Friezen
  3. (taal) (in het) Fries; met betrekking tot de Friese talen
  4. (taal) (in het) Fries / Westerlauwers Fries; met betrekking tot de taal het Westerlauwers Fries
Synoniemen
  1. po frísku
  2. fríština v
  3. fríština v, západofrísky (bw.), západofríština v
Verwante begrippen