frêle

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • frê·le
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen frêle frêler frêlest
verbogen frêlere frêleste
partitief frêles frêlers -

Bijvoeglijk naamwoord

frêle

  1. van iemand dat hij of zij fijngebouwd is
    • De wissel van Paolo Fernandes, die volgens Vreven een goede wedstrijd speelde, was ingegeven door kramp. De frêle linkspoot maakte na een uur plaats voor Mitchell te Vrede. [2] 
    • Mexico Stad: frêle crimefighter: Je moet het maar durven, burgemeester worden van Mexico's hoofdstad. Tijdens de meest recente verkiezingscampagne (1 juli waren verkiezingen voor zowel de burgemeester als de president van het land) zijn meer dan 130 kandidaten vermoord, veelal door drugsbendes, die een bevriende politicus in het zadel probeerden te helpen. Claudia Sheinbaum Pardo (56) bood kiezers die het geweld en de corruptie van de gevestigde macht beu zijn een alternatief. [3] 
     Hij knipoogde vet en gebaarde zogenaamd opvallend met zijn dikke hoofd in de richting van de deur, waar op dat moment de frêle gedaante van een lange, magere vrouw in een lange, witte jurk de Chinese kamer binnenzweefde.[4]
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. frêle op website: Etymologiebank.nl
  2. Tubantia Yadran Blanco 15-04-18 Knieblessure Ambrose, krampaanval Fernandes
  3. Tubantia Annemieke van Dongen 12-07-18 Aan deze wereldburgemeesters (v) kan Femke een voorbeeld nemen
  4. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 31
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be