foutre

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

foutre

  1. (spreektaal) neuken, naaien
    «Va te faire foutre
    Krijg de tering! Rot op! (letterlijk: laat je naaien) [1]
  2. (spreektaal) zetten, leggen, geven
    «Arrête ou je te fous une baffe.»
    Hou op of ik geef je een dreun.
    «Où as-tu foutu les clefs de la maison?»
    Waar heb je de sleutels van het huis gelaten?
    «On lui a foutu une balle dans la peau.»
    Ze hebben hem omgelegd. (letterlijk: een kogel in de huid geschoten) [1]
  3. (spreektaal) doen, uitspoken, uitvoeren
    «Qu’est-ce que tu fous
    Wat ben je aan het uitspoken
    «Mon frangin ne fout rien en classe.»
    Mijn broer voert geen bal uit in de klas. [1]
Schrijfwijzen

Verwijzingen