foutoir
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| foutoir | le foutoir | foutoirs | les foutoirs |
foutoir m
- (verouderd) (seksualiteit) bordeel
- (spreektaal) rotzooi, puinhoop, zwijnenstal
- «Ta piaule est un vrai foutoir.»
- Jouw kamer is een echte zwijnenstal. [1]
- «Ta piaule est un vrai foutoir.»