foutloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fout·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van fout met het achtervoegsel -loos
stellend
onverbogen foutloos
verbogen foutloze

Bijvoeglijk naamwoord

foutloos

  1. zonder fouten, zonder misslagen
    De secretaress kon foutloos typen.
Synoniemen