formuleren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·mu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
formuleren
formuleerde
geformuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

formuleren

  1. overgankelijk in woorden omzetten
    • Hij had moeite om zijn gevoelens te formuleren. 
     Ik bleef moeiteloos bij een onderwerp zonder dat mijn gedachten afdwaalden. Al mijn energie richtte zich op een bepaalde vraag waarover ik uren kon blijven nadenken om vervolgens een helder antwoord voor mezelf te formuleren.[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be