formuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·mu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
formuleren
formuleerde
geformuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

formuleren

  1. (overgankelijk) in woorden omzetten
    Hij had moeite om zijn gevoelens te formuleren.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire