forhandler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·hand·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Deens woord met het voorvoegsel for-
Naar frequentie 5805

Werkwoord

forhandler

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van forhandle
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   forhandler     forhandleren     forhandlere     forhandlerne  
genitief   forhandlers     forhandlerens     forhandleres     forhandlernes  

Zelfstandig naamwoord

forhandler, g

  1. (economie) handelaar, verkoper, verkoopster
  2. onderhandelaar


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·hand·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Noors woord met het voorvoegsel for-
Naar frequentie 5512

Werkwoord

forhandler

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van forhandle
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   forhandler     forhandleren     forhandlere     forhandlerne  
genitief   forhandlers     forhandlerens     forhandleres     forhandlernes  

Zelfstandig naamwoord

forhandler, m

  1. (economie) handelaar, verkoper, verkoopster
  2. onderhandelaar
Afgeleide begrippen
Opmerkingen