fordømme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·døm·me
Woordherkomst en -opbouw
vervoeging
onbepaalde wijs fordømme
tegenwoordige tijd fordømmer
verleden tijd fordømte
voltooid
deelwoord
fordømt
onvoltooid
deelwoord
fordømmende
lijdende vorm fordømmes
gebiedende wijs fordøm
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

fordømme

  1. veroordelen
    «Vi fordømmer disse handlingene.»
    Wij veroordelen deze acties.
  2. (religie) verdoemen
    «Den som ikke tror, skal bli fordømt (jf Mark 16,16) .»
    Degene die niet zal gelooft hebben, zal verdoemd worden (vgl. Mark 16:16).



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·døm·me
Woordherkomst en -opbouw
vervoeging
onbepaalde wijs fordømme
fordømma
tegenwoordige tijd fordømmer
verleden tijd fordømde
fordømte
voltooid
deelwoord
fordømt
onvoltooid
deelwoord
fordømmande
lijdende vorm fordømmast
gebiedende wijs fordøm
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

fordømme

  1. veroordelen
  2. (religie) verdoemen
Schrijfwijzen