forceerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·ceer·de

Werkwoord

vervoeging van
forceren

forceerde

  1. enkelvoud verleden tijd van forceren
    • Ik forceerde. 
    • Jij forceerde. 
    • Hij, zij, het forceerde.