fontein

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fon·tein
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse fons (bron)
enkelvoud meervoud
naamwoord fontein fonteinen
verkleinwoord fonteintje fonteintjes

Zelfstandig naamwoord

fontein m

  1. kunstmatige bron, aangelegd om water omhoog te spuiten
  2. omhoogspuitende waterstraal
    • In de avondschemering verzamelden de bewoners van de wijk zich rond het bassin met de fonteinen, die verkoelend water spoten. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 113