fonetica
Uiterlijk
- fo·ne·ti·ca
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fonetica | fonetica's |
| verkleinwoord | - | - |
de fonetica v
- (taalkunde) (natuurkunde) (fysiologie) het onderdeel van de taalkunde dat de fysiologische, natuurkundige en waarneembare aspecten van spraak bestudeert
- ▸ Wat wel het eerst opvalt is de symboliek van de naam, die een aardige vondst is: 't kofschip is immers een kunstmatig en zinledig mnemotechnisch woord dat in de fonetica gebruikt wordt om al de stemloze consonanten aan te duiden.[1]
- Het woord fonetica staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron P. de Wispelaere“Facettenoog” (1968), p. 49
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Natuurkunde in het Nederlands
- Fysiologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal