folterde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fol·ter·de

Werkwoord

vervoeging van
folteren

folterde

  1. enkelvoud verleden tijd van folteren
    • Ik folterde. 
    • Jij folterde. 
    • Hij, zij, het folterde.