fokken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fok·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fokken
fokte
gefokt
zwak -t volledig

Werkwoord

fokken

  1. (overgankelijk) dieren houden om ze te laten voortplanten
    Een aantal boeren in deze streek fokt nu ook parelhoenders.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

fokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord fok
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl