foefelde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • foe·fel·de

Werkwoord

vervoeging van
foefelen

foefelde

  1. enkelvoud verleden tijd van foefelen
    • Ik foefelde. 
    • Jij foefelde. 
    • Hij, zij, het foefelde.