fluo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: fluo-


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fluo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fluo fluo's
verkleinwoord fluootje fluootjes

Zelfstandig naamwoord

fluo m

  1. (kleur) kleur die lijkt op te lichten door een versterkte weerkaatsing van invallend licht
     We gaan all out met de fluo: de lijnen, het net, de bal, en zelfs een aangepaste fluo-menu met lichtgevende drankjes in de cafetaria![1]
     De iets timidere modeklant treft halve maatregelen en maakt daar gewoon een trui, rok of broek in een knetterfelle tint van. Tip: ga niet stunten met meerdere fluo’s in één outfit, maar kies voor een nuchtere steunkleur als beige, wit, zwart of denimblauw.[2]
  2. (kleding) hesje dat een fluorescerende kleur heeft
     Vanaf maandag kunnen we stickers verdienen. Wie de fluo aanheeft, verdient een sticker op zijn persoonlijke kaart. Fietsers die ook een helm dragen, verdienen een extra sticker![3]
     “Met de donkere herfst- en winterdagen in het vooruitzicht hopen wij dat onze leerlingen en leerkrachten hun fluo’s blijven dragen”, zegt Axel Caron, onderwijzer/beleidsmedewerker.[4]
  3. (informeel) stift die met fluorescerende inkt schrijft, vaak gebruikt om belangrijke tekst te markeren
     Boonen heeft vooral de "heilige wielerweek" met dikke fluo aangestipt. "3 april (de Ronde) en 10 april (Parijs-Roubaix) zijn de twee belangrijkste dagen van mijn voorjaar."[5]
     Mijn dochter die heeft het bijvoorbeeld voor de nieuwe rage van pastel fluostiften. Mooi, en voor mij ook helemaal ok, want ik zie dat ze die ook gebruikt. Mijn jongens daarentegen gebruiken enkel geel. Bij het begin van het schooljaar koop ik voor elke tiener hier in huis (en dat zijn er 3!) een pakje fluo’s die ze zelf kiezen, niet meer maar ook niet minder. Die liggen in hun bureau en zijn voor hen afzonderlijk.[6]
Afgeleide begrippen
Opmerkingen
  • In teksten komt "fluo" ook vaak voor als een afleiding met het voorvoegsel "fluo-" per abuis niet aaneengeschreven wordt. [7]

Gangbaarheid

20 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[8]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Vrijdag 14 februari 2020 Blacklighttoernooi” op lizards.be
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2020 Weblink bron Cécile Narinx“Stijlvol of heeft het meer weg van een wandelende fluostift? Deze zomer dragen we neon” (26 maart 2020) op DeMorgen.be
  3. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie An Dubuquoy“Helm op, fluo top!” (17 november 2017) op debergop.be
  4. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Fluo-actie van start in De Rekke” (22 september, 2017) op polderke.com
  5. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Boonen: "Fysiek gezien kan ik de Ronde zeker nog winnen"” (8 januari 2016) op sporza.be
  6. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie esthiabe“1 september, here we come!” (21 augustus 2018) op esthia.be
  7. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2020 Weblink bron “fluo-” op vrttaal.net
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be