fluimen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flui·men

Zelfstandig naamwoord

fluimen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord fluim

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.