fluim

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fluim
enkelvoud meervoud
naamwoord fluim fluimen
verkleinwoord fluimpje fluimpjes

Zelfstandig naamwoord

fluim o

  1. vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
Synoniemen
Vertalingen