fluctuatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fluc·tu·a·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fluctuatie fluctuaties
verkleinwoord fluctuatietje fluctuatietjes

Zelfstandig naamwoord

fluctuatie v [3]

  1. (meestal kleine) schommeling
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen