floret

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

floret
Uitspraak
Woordafbreking
  • flo·ret
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schermdegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1658 [1]
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord floret floretten
verkleinwoord floretje floretjes

Zelfstandig naamwoord

floret o [2]

  1. een soort grove zijde
  2. het lichtste wapen gebruikt bij schermen met een vierkant lemmet een een stompe verbrede punt
    • In Rio de Janeiro kan Prescod over krap twee weken de eerste zwarte vrouw worden die een olympische schermmedaille wint. Dat het mogelijk is, bewees de huidige nummer elf van de wereld vorig jaar al op de wereldkampioenschappen in Moskou. Ze won daar toen de bronzen medaille, eveneens een primeur. Met de floret, het lichtste wapen. [3] 
  3. (figuurlijk) de taal op een intelligente, subtiele wijze als wapen gebruikt
    • Vroeger werd er schitterend gescholden. Twistschrijvers als Lodewijk van Deyssel, Multatuli, Gerard Reve, W. F. Hermans, Martin van Amerongen, Hugo Brandt Corstius, Rudy Kousbroek en Gerrit Komrij waren meesters op degen, floret, sabel of alle wapens. Het was gewoonweg een eer als je door deze polemisten voor verrotte vis werd uitgemaakt.[4]  
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. NRC Joost Pijpker 29 juli 2016
  4. Volkskrant Arthur van Amerongen 6 februari 2017