floreerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flo·reer·de

Werkwoord

vervoeging van
floreren

floreerde

  1. enkelvoud verleden tijd van floreren
    • Ik floreerde. 
    • Jij floreerde. 
    • Hij, zij, het floreerde.