floraison
Uiterlijk
- van een eerdere vorm fleuraison (van fleur "bloem" met het achtervoegsel -aison) wat in de 18de eeuw de o kreeg onder invloed van Latijn flōs, flōris "bloem" [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| floraison | le floraison | floraisons | les floraisons |
floraison m
- [1] fleurissement
- ↑ floraison (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.