floot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • floot

Werkwoord

vervoeging van
fluiten

floot

  1. enkelvoud verleden tijd van fluiten
    • Ik floot. 
    • Jij floot. 
    • Hij, zij, het floot. 

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.