flitste aan

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flits·te aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanflitsen

flitste aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aanflitsen
    • Ik flitste aan. 
    • Jij flitste aan. 
    • Hij, zij, het flitste aan. 


Gangbaarheid