flirterig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flir·te·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen flirterig flirteriger flirterigst
verbogen flirterige flirterigere flirterigste
partitief flirterigs flirterigers -

Bijvoeglijk naamwoord

flirterig

  1. betrekking hebbend op het versieren van een seksuele partner
    • De man keek flirterig naar de mooie vrouw terwijl hij hand in hand liep met zijn vriendinnetje. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.