flirt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flirt

Werkwoord

vervoeging van
flirten

flirt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van flirten
  2. gebiedende wijs van flirten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • flirt

Werkwoord

flirt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd gebiedende wijs bedrijvende vorm van flirten
Synoniemen


Pools

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

flirt monbezield

  1. flirt, het flirten
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen

Meer informatie


Slowaaks

Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

flirt monbezield

  1. flirt, het flirten
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • flirt
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

flirt monbezield

  1. flirt, het flirten
    «To je pouhý flirt
    Dat was slechts een flirt.
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen

Meer informatie

Verwijzingen