Naar inhoud springen

flinkerd

Uit WikiWoordenboek
  • flin·kerd
enkelvoud meervoud
naamwoord flinkerd flinkerds
verkleinwoord flinkerdje flinkerdjes

deflinkerdm

  1. een kind dat heel moedig is
    • Wat leed betreft ben ik geen flinkerd, zeg maar gerust een watje. Ik probeerde dus de aanblik te vermijden van de tram die een auto in de flank had geramd alsof ie er een hap uit had genomen. In een ooghoek zag ik dat de punt van de tram een stukje in een witte Volvo stak. Meer wilde ik niet zien, dit was genoeg.[2] 
  2. een groot en zwaar persoon
97 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[3]