flik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flik
enkelvoud meervoud
naamwoord flik flikken
verkleinwoord flikje flikjes

Zelfstandig naamwoord

flik m

  1. (informeel) in Vlaanderen een politieagent
  2. (voeding) (besuikerd) chocolaatje met een platte en een bolle zijde
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
flikken

flik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flikken
    Ik flik.
  2. gebiedende wijs van flikken
    Flik!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flikken
    Flik je?