flik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flik
enkelvoud meervoud
naamwoord flik flikken
verkleinwoord flikje flikjes

Zelfstandig naamwoord

flik m

  1. (informeel) in Vlaanderen een politieagent
  2. (voeding) (besuikerd) chocolaatje met een platte en een bolle zijde
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
flikken

flik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flikken
    • Ik flik. 
  2. gebiedende wijs van flikken
    • Flik! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flikken
    • Flik je?