flexwerk
Uiterlijk
- flex·werk
- In de betekenis van ‘flexibel werk’ voor het eerst aangetroffen in 1996 [1]
- samenstelling van flex bn "flexibel" en werk zn [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | flexwerk | - |
| verkleinwoord | flexwerkje | flexwerkjes |
het flexwerk o
- werk op flexibele basis
| vervoeging van |
|---|
| flexwerken |
flexwerk
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flexwerken
- Ik flexwerk.
- gebiedende wijs van flexwerken
- Flexwerk!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flexwerken
- Flexwerk je?
- Het woord flexwerk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.