Naar inhoud springen

flessen

Uit WikiWoordenboek
Drie antieke flessen
  • fles·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
flessen
fleste
geflest
zwak -t volledig

flessen

  1. overgankelijk bedriegen, oplichten
    • Hij heeft de boel geflest! 

deflessenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord fles
     Klanten kunnen de flessen terugbrengen en krijgen het volledige aankoopbedrag terug.[1]
     De chauffeur bleef ongedeerd, maar de sloot lag vol met houten kratten en flessen vla.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink geraadpleegd op 11-7-2025 Weblink bron “Twee Amerikanen deels blind doordat dop stalen fles in gezicht knalt.” (11-7-2025), NOS
  2. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

flessen

  1. meervoud van flesse

flessen

  1. meervoud van flesse